Wat is dikkedarmkanker?
Dikkedarmkanker is een
kwaadaardig gezwel in de dikke darm. Die dikke darm bestaat uit
het colon (karteldarm) en het rectum (endeldarm). Het rectum is
het laatste deel van de dikke darm, het eindigt in de sluitspier
(anus). Kanker van de dikke darm heet ook colorectale
kanker.
Dikkedarmkanker is één van de meest
voorkomende kankers, zowel bij mannen als bij vrouwen. Bij
mannen is ze de derde meest frequente (na prostaat- en
longkanker), bij vrouwen de op één na frequentste (na
borstkanker). Jaarlijks komen er ongeveer 4300 nieuwe gevallen
bij in Vlaanderen. Jaarlijks overlijden ongeveer
1 800 Vlamingen aan dikkedarmkanker, daarmee is ze de achtste
doodsoorzaak.
Hoe ontstaat
dikkedarmkanker?
Een precieze oorzaak van
dikkedarmkanker aanwijzen, is meestal niet mogelijk. Er zijn
wel een aantal risicofactoren die het risico op dikkedarmkanker
verhogen, zoals:
-
darmpoliepen (adenomen),
ze zijn in 95% van de gevallen de oorzaak van
dikkedarmkanker. Deze adenomen zijn in het begin meestal
goedaardig, maar kunnen uitgroeien tot een kwaadaardig
gezwel. De verandering van een goedaardige poliep (adenoom)
naar een kwaadaardige kanker duurt waarschijnlijk ongeveer
10 jaar.
-
bepaalde chronische
darmontstekingen (ziekte van Crohn, colitis ulcerosa).
-
personen bij wie
dikkedarmkanker veelvuldig in de familie voorkomt zonder dat
hierbij een bekende genetische verandering in het spel is.
-
ten slotte zijn er
enkele erfelijke vormen van darmkanker.
-
Tevens spelen ook
voeding (geringe inname van groenten, fruit en vezels en een
te grote vetinname), roken en weinig lichaamsbeweging een
rol in het ontstaan van dikkedarmkanker.
Darmkanker kan een aantal “alarmsymptomen”
geven, deze wijzen niet altijd op darmkanker
maar als ze zich voordoen, raadpleegt u toch best een arts:
-
een onverklaarbare en
aanhoudende verandering in het stoelgangpatroon
(constipatie, diarree) gedurende >6 weken
-
de aanwezigheid van
bloed in de stoelgang
-
aanhoudende buikpijn
-
gewichtsverlies of
langdurige verminderde eetlust, zonder een duidelijk
aanwijsbare reden
Is dikkedarmkanker te
voorkomen?
Enerzijds kan je deze
kanker voorkomen door onze levensstijl aan te passen, zodat er
minder kans is op de ontwikkeling van de kanker. De WGO en het
programma “Europa tegen Kanker” bevelen aan om meer groenten,
fruit en vezels en minder rood vlees en vetten te eten. Dit zou
het aantal dikkedarmkankers kunnen verminderen met 20 tot 30%.
Ook wordt aangeraden om
meer aan lichaamsbeweging te doen en het alcohol- en
tabaksgebruik te verminderen.
Anderzijds kan je ervoor
zorgen dat de kanker in het beginstadium ontdekt wordt, zodat er
vroegtijdig een behandeling kan worden gestart. Hierdoor wordt
de prognose voor de patiënt relatief gunstig; de overleving na 5
jaar varieert van bijna 70 tot ruim 90%, afhankelijk van het
exacte stadium ten tijde van de diagnose. Hierbij geldt: hoe
kleiner de tumor, des te groter de kans op overleving.
Maar dikkedarmkanker in een
vergevorderd stadium, met uitzaaiingen elders in het lichaam,
heeft een zeer ongunstige prognose. De overleving na 5 jaar
daalt dan tot ongeveer 5%.
Het is dus zeer belangrijk
dat de kanker vroegtijdig wordt opgespoord.
De huisarts kan het
best zijn patiënten vanaf 50 jaar – en vanaf 40 jaar indien er
risicofactoren zijn – screening op
dikkedarmkanker
aanbieden.
Zich regelmatig laten
screenen vermindert de kans om aan dikkedarmkanker te sterven
met 15 tot 25%.
De 2 meest
uitgevoerde screeningsmethodes zijn de
Fecaal Occult Bloed
Test (FOBT) en de colonoscopie.
De Fecaal Occult
Bloed Test is een test waarbij bloed in de stoelgang
wordt opgespoord. De test wordt gebruikt omdat we weten dat
dikkedarmkanker en grote poliepen frequent bloeden. Om
eventuele interacties met de test te voorkomen, wordt aangeraden
om geen Vit. C in te nemen 7 dagen voor de test. Ook wordt het
gebruik van ontstekingsremmers en acetylsalicylzuur, indien
verantwoord, afgeraden tot 7 dagen voor de test. Deze test moet
3 dagen opeenvolgend uitgevoerd worden.
Het is
heel belangrijk dat elke positieve test opgevolgd wordt door een
colonoscopie.
Bij 2
patiënten op 100 zal de test positief zijn, bij een colonoscopie
van deze positieve gevallen zal 1 op 6 hiervan een kanker zijn.
Ongeveer de helft van de mensen met dikkedarmkanker heeft een
negatieve test, dus een negatief resultaat sluit allesbehalve
het bestaan van dikkedarmkanker uit.
In een
meta-analyse (analyse van 10-tallen artikels over screening met
FOBT) vond men dat indien de FOBT om de 2 jaar werd uitgevoerd
(gevolgd door eventuele colonoscopie), de kans op overlijden aan
dikkedarmkanker met 16% daalde.
Tijdens een
colonoscopie wordt een endoscoop in de anus ingebracht
en wordt zo het rectum en de dikke darm zichtbaar gemaakt. Op
dat ogenblik kan de kanker of de adenoom gevisualiseerd
worden. Er kan een staal van afgenomen worden, en in een aantal
gevallen kunnen beginnende kankers en grote poliepen (die later
kanker zouden kunnen worden) zelfs verwijderd worden.
Als de colonoscopie normaal
blijkt te zijn, dan kan 10 jaar gewacht worden voor het volgende
screeningsonderzoek uitgevoerd wordt.
Bij personen vanaf
50 jaar wordt een FOBT
uitgevoerd door de huisarts. Een FOBT is nodig bij mannen en
vrouwen vanaf 40 jaar, indien zij één eerstegraadsverwant
(broer, zus of ouders) hebben bij wie de diagnose van
dikkedarmkanker gesteld werd na de leeftijd van 60 jaar.
Indien er sprake is van één
van de alarmsymptomen, dan is het aangeraden om direct een
colonoscopie te ondergaan.
Bronnen:
http://www.domusmedica.be/Page.aspx?id=1320
http://www.iph.fgov.be/epidemio/epinl/crospnl/colorectal_nl.pdf