|
Griepvaccinatie bij diabetes
Diabetes, ook wel
suikerziekte genoemd, is een veelvoorkomende ziekte (3% van de
bevolking) waarbij de hoeveelheid suiker in het bloed ontregeld
is. Diabetes patiënten moeten goed opgevolgd worden om te
vermijden dat er later complicaties kunnen optreden. Naast de
beter gekende complicaties (zoals nierlijden, schade aan de
ogen, vaatlijden,… ) wordt vaak over het hoofd gezien dat de
immuniteit minder goed werkt door de ontregelde suikerbalans.
Dit leidt tot een verhoogd risico op verwikkelingen bij
infecties.
Griep is een ziekte
die jaarlijks ons land teistert.
Het is een acute
luchtwegeninfectie die veroorzaakt wordt door verschillende
griepvirussen. De meest voorkomende symptomen van
ongecompliceerde griep zijn: een plotseling begin met koorts,
koude rillingen, hoofdpijn, spierpijn en een droge hoest. De
hoest kan lang aanhouden, de overige klachten verdwijnen meestal
na 2-7 dagen. Bij verzwakte personen kan het aanleiding
kan geven tot verwikkelingen zoals longontsteking, sinusitis,
bronchitis. Ook kan het onderliggende ziektes doen verergeren,
zoals diabetes, astma en COPD (chronische obstructieve
longaandoening).
Er bestaat een vaccin tegen
de griep. Het vaccin biedt
enkel bescherming tegen het griepvirus van dat seizoen, want de
samenstelling verandert elk jaar. Het vaccin beschermt u
gedurende 6 maanden wanneer u met het virus in contact komt.
Daarom moet u zich ook elk jaar opnieuw laten inenten. De beste
periode is oktober - november vermits griep het meest voorkomt
van november tot maart en het vaccin na twee weken al werkzaam
is. De inspuiting wordt onder de huid (subcutaan) of in het
spierweefsel (intramusculair) van de bovenarm toegediend.
Vaccineren gebeurt beter niet wanneer u:
-
Koorts of een
acute infectieziekte (bv. bronchitis) heeft;
-
allergisch
bent voor een bestanddeel van het vaccin, bv. eieren;
-
bij een
vroegere vaccinatie een ongewenste reactie kreeg.
Nevenwerkingen in
de vorm van jeuk, een zwelling of pijn bij aanraking op de
plaats van de inspuiting of van een warmtegevoel komen slechts
zelden voor gedurende één of twee dagen.
Het griepvaccin
heeft een algemene efficiëntie van 70% à 80%, de
doeltreffendheid varieert volgens leeftijd. Gevaccineerde
personen kunnen dus toch nog de griep krijgen, maar meestal gaat
het dan om een minder zware vorm.
De
Hoge Gezondheidsraad
(wetenschappelijk adviesorgaan van ministerie van
volksgezondheid) raadt aan dat risicopersonen zich jaarlijks
preventief laten vaccineren. Hierbij horen onder andere
patiënten ouder dan 50 jaar, personen die lijden aan chronische
aandoeningen (zoals diabetes en COPD), zwangere vrouwen, enz.
De volledige lijst vindt u onderaan.
Onderzoek heeft aangetoond dat
vaccinatie bij diabetes patiënten zeer effectief is. Het aantal
verwikkelingen daalt met 56%, de hospitalisaties met 54% en de
sterftegevallen met 58%. Bij personen jonger dan 65 jaar is het
verschil nog veel duidelijker.
De vaccinatiegraad bij diabetes-
en COPD-patiënten onder de 65 jaar is echter onvoldoende,
respectievelijk 29,2% en 11%. Sinds 2004 wordt dan ook vanuit
de Vlaamse Overheid intensief gewerkt om de vaccinatiegraad te
verhogen bij de risicogroepen. Ze leggen de lat op een
griepvaccinatie voor 40 tot 50% van de diabetici onder de 65
jaar tegen 2009. De huisarts speelt een centrale rol in het
bevorderen van de vaccinatie, door het motiveren en opvolgen van
mensen met diabetes, en ook omdat uit studies blijkt dat 9 op 10
van de vaccins door de huisarts wordt voorgeschreven.
Om deze
groepen beter te bereiken en dus de vaccinatiegraad te verhogen,
heeft de overheid besloten tot de gedeeltelijke terugbetaling
(40%) van het vaccin voor de risicogroepen. Dit betekent dat
het remgeld ten laste van de patiënt voor een vaccin waarvan de
prijs al naar gelang van het product varieert tussen 10,38 en
10,84 euro, tussen 6,23 en 6,50 euro bedraagt.
De risicogroepen voor
vaccinatie:
-
alle personen ouder dan 65 jaar
-
alle personen die in een instelling opgenomen zijn
-
alle patiënten vanaf de leeftijd van 6 maanden die lijden
aan een onderliggende chronische aandoening, ook indien
gestabiliseerd, van de longen, het hart, de lever, de
nieren, aan metabole aandoeningen, of aan
immuniteitsstoornissen (natuurlijk of geïnduceerd)
-
kinderen tussen 6 maanden en 18 jaar die een langdurige
aspirinetherapie ondergaan
-
alle personen werkzaam in de gezondheidssector en in
rechtstreeks contact met personen van groep 1
-
zwangere vrouwen die in het tweede of derde trimester van
hun zwangerschap zijn op het ogenblik van de vaccinatie
-
alle personen tussen 50 en 64 jaar, zelfs indien ze niet aan
een risicoaandoening lijden, want er is één kans op drie dat
ze ten minste één complicatierisico vertonen, vooral
personen die roken, excessief drinken en zwaarlijvig zijn
-
beroepsfokkers van gevogelte en varkens alsook hun
familieleden die onder hetzelfde dak wonen en personen die
door hun beroep dagelijks in contact komen met levend
gevogelte en levende varkens.
|